Op 1 juni 2015 treedt de wet van 28 april 2015 tot wijziging van het Wetboek der registratie-, hypotheek- en griffierechten – pg. 29 665 in werking (publicatie in het Belgisch Staatsblad op 26/05/2015).Deze wet hervormt de griffierechten door deze te vereenvoudigen en te moderniseren. De rolrechten zijn de belastingen die betaald moeten worden bij het inschrijven van een zaak op de agenda van de rechtbank.

Waarom de nieuwe rolrechten?
Deze hervorming is er gekomen omwille van verscheidene redenen.
De griffierechten zijn immers sinds lang niet meer ingrijpend gewijzigd. De rolrechten worden daarom aangepast om ze in verhouding te brengen met de werklast voor justitie. Die is immers de laatste 10 jaar toegenomen.  Steeds meer mensen verkiezen een geschil door de rechter te laten beslechten. De verhoging van de rolrechten draagt er toe bij om mensen ertoe te brengen opnieuw de weg van het constructief overleg te kiezen en alleen na uitputting van andere even oplossingsgerichte maar minder dure middelen, de weg naar de rechter te kiezen.
Het is tevens de bedoeling lichtzinnige of roekeloze procedures te weren die onze rechtbanken zo overbelasten dat een efficiënte behandeling op de helling komt te staan. Wie een beroep wenst te doen op het gerecht, zal daarom gevraagd worden bij te dragen in verhouding tot zijn gerechtvaardigde belangen.  Een rolrecht zal voortaan in verhouding staan tot de waarde van de vordering en de kosten van de rechtspraak. Daarmee zetten we ons op dezelfde lijn als met de rolrechten in de ons omringende landen.

Belangrijkste nieuwigheden
De belangrijkste nieuwigheden van de hervorming zijn de volgende:
Eenzelfde tarief voor alle rollen
Vooreerst wordt er geen onderscheid meer gemaakt tussen het type van rol waarop de zaak wordt ingeschreven. Vroeger was er een verschillend rolrecht naargelang men de zaak inschreef op de algemene rol dan wel op de bijzondere rollen (rol van de verzoekschriften, rol van de kort gedingen). Voortaan is het bedrag van het rolrecht dezelfde voor zowel de algemene als de bijzondere rollen.
Rolrecht naargelang het gerecht en de waarde van de vordering
Het rolrecht verschilt naargelang het gerecht waar men de zaak instelt. Dit was in het vroegere systeem ook al het geval. Het rolrecht is hoger zijn wanneer men een zaak instelt voor het Hof van Beroep dan wanneer men een zaak zou instellen bij de rechtbank van eerste aanleg.
Er wordt in het nieuwe systeem echter een bijkomend onderscheid ingevoerd: het bedrag van het rolrecht wijzigt naargelang de waarde van de vordering. Het rolrecht zal hoger liggen voor een zaak met een waarde van 5.000 euro, dan voor een zaak met een waarde van 1.000 euro, zelfs als deze bij dezelfde rechtbank worden ingeleid.
Een bijzondere regeling is voorzien voor de arbeidsgeschillen en de fiscale geschillen. In het vorige systeem moest er voor deze zaken geen rolrecht worden betaald. Deze zaken waren volledig vrijgesteld van het betalen van het rolrecht.
In het nieuwe systeem blijft deze vrijstelling grotendeels behouden, behalve voor de arbeidsgeschillen en fiscale geschillen met een waarde hoger dan 250.000 euro. In dat geval zal er nu toch een rolrecht moeten worden betaald.
De andere vrijstellingen blijven behouden in het nieuwe systeem.
Per eisende partij
Het rolrecht wordt betaald per eisende partij. Elke natuurlijke of rechtspersoon dient in verhouding tot zijn aandeel in de totale waarde van de vordering een rolrecht te betalen. Een gehuwd koppel dat samen bij de vrederechter een vordering instellen met een waarde van 2.600 euro, zal elk een rolrecht moeten betalen van 40 euro. Elke eisende partij heeft immers een aandeel van 1.300 euro in de totale waarde van 2.600 euro. Indien dezelfde vordering echter ingesteld door één enkele eiser, zal deze een rolrecht van 80 euro moeten betalen. Het rolrecht wordt hier immers berekend op het totale bedrag van 2.600 euro aangezien er maar één eisende partij is.
Van dit principe wordt afgeweken voor de groepsvordering, de actio popularis en de rechtsvordering tot collectief herstel (class action). In deze gevallen zal niet elke eisende partij een rolrecht moeten betalen. Er is slechts één enkel rolrecht verschuldigd.
Waarde van de vordering
De waarde van de vordering wordt beoordeeld op het moment van het neerleggen van de inleidende akte. Om de waarde van de vordering te kennen, moet men een redelijke schatting maken van de definitieve vordering die men zal trachten te bekomen. Dit betekent niet dat men de allerlaatste conclusie dient af te wachten om de waarde van de vordering te kennen. De waarde wordt immers, zoals hierboven reeds vermeld, bepaald op het moment van het neerleggen van de inleidende akte. Wel moet men een schatting maken van het bedrag dat men uiteindelijk denkt te vorderen.
Wanneer het bedrag van de vordering niet in geld waardeerbaar is, is het te betalen rolrecht het rolrecht dat overeenkomt met de laagste schijf van de rechtbank in kwestie.
De inschatting van de vordering gebeurt via een Pro Fisco-verklaring. Zie onderaan om deze te downloaden.

Pro fisco verklaring
Een schatting van de vordering
De schatting van de waarde van de vordering moet ingevuld worden op een pro fisco verklaring. Die verklaring wordt bijgevoegd bij het neerleggen van de inleidende akte.
De eiser of zijn vertegenwoordiger moet volgende gegevens invullen op de pro fisco verklaring:
De identificatiegegevens van de eiser (naam en voornaam voor een natuurlijke persoon, naam en rechtsvorm voor een rechtspersoon).Aangeven wat voor type van vordering men instelt:Een vordering die men in geld kan uitdrukken en waarvoor rolrecht moet worden betaald. Deze vordering wordt aangeduid met het nummer ‘1’.Een vordering die men niet in geld kan uitdrukken en waarvoor rolrecht moet worden betaald. Deze vordering wordt aangeduid met het nummer ‘2’.Een vordering die men of in geld kan uitdrukken of niet, maar waarvoor geen rolrecht moet worden betaald. Deze vordering wordt aangeduid met het nummer ‘3’. In de bijlage bij de pro fisco verklaring is een lijst opgenomen met artikelen die een vrijstelling van rolrecht inhouden. Het toepasselijke artikel moet vermeld worden in de verklaring.De waarde van de vordering in euro moet ingevuld worden. Dit is een redelijke schatting van de waarde van de definitieve vordering die men uiteindelijk tracht te bekomen.Of de eiser al dan niet in aanmerking komt voor rechtsbijstand.  Het nieuwe systeem wijzigt niets aan de regels inzake de gedeeltelijke of volledige kosteloosheid (rechtsbijstand).De datumDe handtekening van de eiser of zijn vertegenwoordiger. Indien de vertegenwoordiger de verklaring invult, moet hij zijn naam en voornaam vermelden.Het bijvoegen van deze pro fisco verklaring en het betalen van het rolrecht wanneer men de inleidende akte komt neerleggen,  is verplicht. Indien men de verklaring niet bijvoegt en men betaalt het rolrecht niet, wordt de akte niet ingeschreven. Dit betekent dat de zaak niet zal kunnen behandeld worden door de rechter. De inleidende akte zal wel neergelegd kunnen worden.
De griffier berekent rolrecht op basis van verklaring
Indien de griffier een inleidende akte ter neerlegging ontvangt, moet hij het volgende doen:
Nakijken of er een pro fisco verklaring is bijgevoegd.Nagaan of deze verklaring volledig werd ingevuld. Hij controleert niet of hetgene wat werd ingevuld ook correct is. Dat is de verantwoordelijkheid van de eiser of zijn vertegenwoordiger.Het rolrecht berekenen en invullen in de laatste kolom van de pro fisco verklaring  op basis van de waarde van de vordering die werd ingevuld door de eiser/vertegenwoordiger.De griffier ondertekent de volledig ingevulde verklaring of brengt een stempel van de griffie aan, en vult tevens de datum in.Pro fisco verklaring voor arbeidsgeschillen en fiscale geschillen boven 250.000 euro
Voor arbeidsgeschillen en de fiscale geschillen met een waarde van gelijk aan of minder dan 250.000 euro moet uitzonderlijk geen pro fisco verklaring worden bijgevoegd. Deze blijven immers vrijgesteld van het betalen van een rolrecht.
De fiscale en arbeidsgeschillen met een waarde van meer dan 250.000 euro worden voortaan wel onderhevig aan het betalen van een rolrecht. Hierbij moet dus ook een pro fisco verklaring worden gevoegd.

Afzonderlijke regels door de familierechtbank
Voor de familierechtbank gelden afzonderlijke regels dan hetgene hierboven uiteengezet:
Er geldt een voorkeurtarief dat enkel wijzigt naargelang het bevoegde gerecht, maar ongeacht de waarde van de vordering.Het voorkeurtarief geldt ongeacht het aantal eisende partijen.Voor de familierechtbank (afdeling van de rechtbank van eerste aanleg) bedraagt het rolrecht 100 euro.Voor het Hof van Beroep bedraagt het rolrecht 210 euro.Voor het Hof van Cassatie tegen arresten van het Hof van Beroep of de uitspraken van de familierechtbank uitgesproken in graad van beroep, bedraagt het rolrecht 375 euro.Dit voorkeurtarief is van toepassing op alle zaken ingeleid voor de familierechtbanken, ongeacht het type van betwisting.De vorderingen beschouwd als spoedeisend in artikel 1253ter/4, § 2, Gerechtelijk wetboek zijn onderworpen aan een enig recht van 100 euro. Het enig recht van 100 euro wordt slechts één maal geheven op het ogenblik van de inleiding van de vordering. In geval van een nieuwe vordering – los van de voortdurende aanhangigheid –, is een nieuw recht van 100 euro verschuldigd.

Link naar het originele artikel: http://justitie.belgium.be/nl/nieuws/andere_berichten/news_2015-06-01.jsp?referer=tcm:265-267733-64

Wet hervorming: http://justitie.belgium.be/nl/binaries/wet%20hervorming%20griffierechten_tcm265-267737.pdf

Pro fisco verklaring (Nederlands: http://justitie.belgium.be/nl/binaries/pro-fiscoverklaring%20_tcm265-267791.doc

Pro fisco verklaring (Duits): http://justitie.belgium.be/nl/binaries/D%C3%A9claration%20profisco%20DE_tcm265-267801.doc